Liberale Labo's
Home > Bijdragen > Jaarthema's > De hedendaagse arbeidsmarkt > Werk maken van werk zoeken
Werk maken van werk zoeken
"Laurens De Koster" 

 

Niemand wordt graag gecontroleerd. Nochtans is controle alomtegenwoordig in onze maatschappij: werknemers die elke ochtend en avond moeten prikken, ouders die in de kasten van hun kinderen rondsnuffelen of de kaartjesknipper die elke dag de trein afgaat. Vaak zijn die controles noodzakelijk voor een goede werking van onze maatschappij, maar zelden wordt de vraag gesteld of al die controles wel zo optimaal zijn en hun doel niet voorbijschieten en of er geen betere alternatieven zijn.
Het klinkt vandaag in Vlaanderen bijzonder goed om meer controles op werklozen te vragen. Hoe kunnen we anders nagaan of het wel echte werkzoekenden zijn en geen profiteurs die luieren en zwartwerken op de rug van de immer hardwerkende Vlaming? Deze bezorgdheid is zeker terecht, want ons systeem van sociale zekerheid wordt ondermijnd als mensen zich beginnen af te vragen of ze niet beter zouden luieren en zwartwerken in plaats van te werken.

 

Waarom controles falen


Het probleem met de controle op werklozen is echter dat ze nooit effectief kan zijn, omdat ze intenties probeert te meten. Wanneer is iemand werkzoekend? Als hij zijn best doet om werk te vinden. Hoewel ik de bekwaamheid van de controlediensten zeker niet in vraag stel lijkt het me toch bijzonder moeilijk om te achterhalen of iemand echt zijn best doet.


De VDAB en de RVA moeten immers op een onrechtstreekse manier bepalen of iemand zijn best doet om werk te zoeken. Dit is eigenlijk onbegonnen werk. Je kan eisen dat een werkzoekende sollicitatiebrieven schrijft, maar het is niet moeilijk om een brief te schrijven die garandeert dat je niet wordt aangeworven. Je kan eisen dat iemand op sollicitatiegesprek gaat, maar ook daar is het eenvoudig om jezelf te diskwalificeren. Zelfs als je iemand een echte job aanbiedt, kan die zich na een week of twee laten ontslaan. En hoe kan je ooit achterhalen of de werkzoekende nu moedwillig of per ongeluk het bureau van zijn baas heeft vernield?


Bovendien brengt de praktijk van controles nog meer problemen met zich mee. De ene controleur is de andere niet en de mentaliteit kan op verschillende plaatsen anders zijn. Het is niet rechtvaardig dat exact dezelfde inspanningen een werkzoekende op één plaats geen problemen opleveren, maar op een andere plaats tot een schorsing leiden. Het huidige systeem van controles beloont ook de werklozen die beter zijn in het voorliegen van hun controleur, wat ook niet billijk is.


We kunnen dus besluiten dat een controle op werkzoekenden niet in de eerste plaats de werkbereidheid van de werklozen vergroot, maar wel hun inspanningen om te slagen bij de controle. Dit kan vanzelfsprekend niet het doel zijn van een rechtvaardig systeem.

 

Naar een alternatief voor controles


Het is natuurlijk niet werkbaar om de controle op werkzoekenden zonder meer af te schaffen: dit zou ons systeem volledig onbetaalbaar maken. We hebben dus een nieuwe manier nodig om werklozen aan te moedigen om een nieuwe job te zoeken. Deze manier kan het best een interne motivatie zijn, waarbij de werkzoekende zelf beslist wat de optimale inspanningen zijn. Idealiter komen deze inspanningen overeen met onze maatschappelijke doelstelling en wordt de werkloosheidsuitkering zo bepaald.
De maatschappelijke doelstelling zou moeten zijn dat werkzoekenden op zoek gaan naar een job die aansluit bij hun verwachtingen en capaciteiten, waarbij ze echter niet te kieskeurig mogen zijn.

 

Een vaak gesuggereerde oplossing is om de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd. Dit zal werklozen echter niet aanzetten om naar werk te zoeken, toch niet zolang ze een werkloosheidsuitkering krijgen. De enige verbetering in vergelijking met de huidige situatie zal zijn dat werklozen na enkele jaren actiever op zoek zullen gaan naar werk. Tegen die tijd zullen ze echter veel moeilijker werk vinden, want rust roest.
In het extreme geval zou de werkloosheidsuitkering tot nul beperkt kunnen worden, of met andere woorden volledig afgeschaft. Dit zal werklozen zeer sterk aanzetten om werk te zoeken, maar is anderzijds ook niet efficiënt. Het is immers niet maatschappelijk optimaal dat werklozen zomaar de eerste de beste job aanvaarden. Iedereen wordt er beter van als ieders talenten optimaal worden gebruikt en vaak betekent dit dat je een tijdje naar werk moet zoeken.

 

Een dalende uitkering


Mijn voorstel is om elke werkloosheidsuitkering lineair dalend te maken: het bedrag begint hoog en wordt elke maand een beetje lager (bijvoorbeeld 5%), tot het een minimumniveau bereikt, dat bijvoorbeeld overeenkomt met het leefloon.


De voordelen van dit systeem zijn legio: in de eerste plaats staat het toe om de inefficiënte controles op werkzoekenden volledig af te schaffen. De betrokken ambtenaren kunnen dan worden ingezet in meer productieve taken, zoals begeleiding en opleiding van werkzoekenden. Werkzoekenden moeten hun tijd niet meer verspillen aan het bewijzen van hun inspanningen, maar kunnen daadwerkelijk op zoek gaan naar werk of een zelfstandige activiteit uitbouwen.

 

Belangrijker is dat werkzoekenden in dit systeem zelf bepalen wat een “passende dienstbetrekking” is en de gevolgen van deze keuze rechtstreeks in hun portemonnee voelen. Nemen we een werknemer met een loon van 2.000 euro die wordt ontslagen. Hij zou bijvoorbeeld kunnen starten met een hoge werkloosheidsuitkering van 1.600 euro, die elke maand met 50 euro daalt. Na twee maanden – hij heeft dan een uitkering van 1.500 euro – zal hij een job die 1.100 euro betaalt, wellicht niet aanvaarden. Tien maanden later, als zijn uitkering nog maar 1.000 euro bedraagt, zal hij er misschien anders over denken.

 

Deze optimale beslissing voor de werkloze is ook goed voor de maatschappij: na twee maanden is het veel te vroeg om te denken dat een werkloze niet opnieuw een goedbetaalde job kan vinden, die ook een meerwaarde en hogere belastingsopbrengsten met zich meebrengt. Anderzijds heeft het ook geen zin om na een jaar werkloosheid niets te doen en gewoon te blijven hopen dat iemand weer werk zal vinden op zijn vroegere niveau.
Nog een voordeel van dit systeem is de volledige transparantie: een werkloze weet perfect waaraan hij zich kan verwachten als hij werkloos blijft. Hij moet dus niet bang zijn om zijn uitkering te verliezen als hij een job weigert die niet bij hem past, maar weet anderzijds ook dat zijn levensstandaard zal moeten dalen als hij geen werk vindt.

 

De dalende werkloosheidsuitkering biedt dus een perfect werkbaar alternatief voor het huidige, repressieve systeem van controles en straffen. Het toont aan dat de overheid vaak meer rechtvaardigheid en efficiëntie aan de dag kan leggen door minder op te treden en dat de beste beslissingen over het welzijn van de burgers meestal worden genomen door de burgers zelf.

 

Laurens De Koster
Laborant Vlaams-Brabant

23 maart 2007

“Onbezonnen staken, beschadigt onze economie”
Bart Somers