Liberale Labo's
Home > Bijdragen > Jaarthema's > De hedendaagse arbeidsmarkt > Loon naar werken: de politiek voorop
Loon naar werken: de politiek voorop
"Arno Vissers" 

 

Met de tweede reeks verkiezingen, voor een enkele gemeente zelfs de derde reeks, in het vooruitzicht in iets meer dan een half jaar, begint de politieke moeheid door te wegen bij de burger. De politieke spelletjes, de (loze) beloften en het gedraai rond de standpunten wekt een aversie tegenover de politiek en de politici in het bijzonder.
De ‘zakkenvullers’ uit Brussel die het mooi kunnen vertellen dat de burger er alles aan moet doen om aan een job te geraken, zijn voor veel werklozen een doorn in het oog en kunnen op weinig begrip rekenen bij de kiezers. De (destructieve) oppositiepartijen varen er wel bij, voor de regeringspartijen is het vijf voor twaalf.


Het gevaar van stigmatisering

 

Ik zou me op plat getreden paden bevinden om te stellen dat uitkeringen ingekort dienen te worden, een verslanking van diverse sociale instanties, meer controles en zo meer. Deze pistes zijn al heel lang en heel vaak bewandeld en leiden maar tot één ding: stigmatisering. Wie heeft het recht om te bepalen dat iemand die (deels) gehandicapt is, best kan werken? Wie heeft het recht om te zeggen ‘jij doet geen voldoende inspanning om aan een job te geraken’? En vooral: wat zijn de ‘benchmarks’ waaraan je toetst? Vooral dat laatste is een gevaarlijk punt, omdat je als overheid nooit in staat bent om een op maat geijkt systeem te ontwikkelen.
Voor een (deels) gehandicapte werkloze moet je altijd bepaalde referenties in acht nemen waaraan je toetst. Gevolg daarvan is dat je een grijze zone creëert van mensen die net wel, of net niet binnen de referenties vallen.
Hetzelfde geldt voor langdurig werklozen, ook hier spelen veel externe (psychologische) factoren een rol in het reïntegratieproces. Het is niet evident om na jarenlang bij één en dezelfde werkgever gewerkt te hebben, bij een andere werkgever aan de slag te gaan. Dit is niet alleen een mentale omschakeling, maar ook zijn deze mensen door hun jarenlange ervaring vaak eenzijdig gespecialiseerd en zijn zij beperkt tot óf eenzelfde job vinden, óf tot om- dan wel bijscholing.
Ook de positie van de nieuwe Vlamingen valt veel te zeggen in dit kader, echter is het niet mijn bedoeling om clichés aan te halen op het gebied van integratie. In dit kader zijn het net zo zeer werklozen die geactiveerd dienen te worden en net als iedere doelgroep een andere benadering nodig hebben.

 

Tot nu toe hebben we het over groepen gehad waarvan we weten dat deze moeilijkheden hebben om weer geactiveerd te worden in het arbeidsproces. Er is echter nog een heel belangrijke groep die we niet over mogen slaan: de schoolverlaters. Juist deze groep die vers van kennis en stage op de arbeidsmarkt komen, hebben moeite om een (vaste) betrekking te vinden. Vaak ontbreekt het hen aan ervaring, iets wat ik persoonlijk een slecht argument vind. Want hoe kan je nu ervaring op doen als je geen kans krijgt? ‘Argumenten’ dat schoolverlaters maar een job moeten gaan zoeken waar ze niet voor hebben gestudeerd, of dat onder hun niveau ligt, raken kant noch wal. Dit is natuurlijk totaal onaanvaardbaar voor een welvarend gewest als het Vlaamse, waar medisch personeel uit het buitenland gehaald moet worden omdat er een tekort dreigt in de ziekenhuizen en thuisverpleging.

 

Het probleem van het activeren van werklozen zit dus niet alléén in de middelen en instanties die Vlaanderen heden ten dagen heeft. Veelal wordt er negatief gedaan over de werking van het OCMW, de VDAB en de RVA. Inderdaad, over ‘capability’ en communicatie tussen de verschillende instanties en de werkzoekenden kan je zeker met vraagtekens zitten, maar dat is mijns inziens niet de kern van het probleem. De werklozen weten immers heel goed waar Abraham de mosterd haalt, maar het probleem zit in de stigmatisering van werklozen en werkloosheid. Dat geldt niet alleen voor de overheid en de politiek die een klimaat creëert waarin alle werklozen vaak over één kam worden geschoren, maar tegengesteld gebeurd dat door de burgers net zo. Het is voor een werkloze burger moeilijk te geloven als een politicus zegt dat hij of zij maar eens wat meer moeite moet doen om aan een job te geraken door om- of bijscholing, of door een ‘mindere’ job aan te pakken. Die werklozen zien een politicus in een mooi maatpak, bezig met leuke praatjes, die zijn geld in een legislatuur van vier, vijf jaar bij elkaar graait en dan via ‘vriendjes’ wel weer een goede job krijgt, mocht deze niet verkozen worden. Klinkt stigmatiserend, niet? Is het ook, maar deze spiegel wil ik, als advocaat van de duivel, wel eens voorhouden. En dan heb ik het nog niet eens over de vooroordelen die men heeft over ambtenaren! De politiek moet oppassen voor zijn eigen arrogantie tegenover de bevolking. Stigmatisering leidt tot wederzijdse stigmatisering en uiteindelijk staat de politiek zo ver van de burger, dat de activering van werklozen in het gedrang komt.

 

Kern van waarheid

 

Stigmatisering en vooroordelen, ze moeten toch ergens op gestaafd zijn. In Vlaanderen zitten we met een tekort aan werkkrachten, vacatures raken vandaag de dag niet ingevuld, van arbeidersjobs tot jobs voor bedienden (overigens eveneens een stigmatiserende verdeling van de arbeidsmarkt, maar dat is een ander verhaal). De VDAB alleen al heeft voor het normaal economisch circuit (zonder interim) in 2006 meer dan 175.000 vacatures ontvangen, dit is een stijging met meer dan 26.000 (+17%) op jaarbasis . Dat zijn alleen de vacatures van de VDAB, daarnaast heb je ook andere jobportaals, de interims en de vacatures die niet publicitair worden aangeboden.
Aan de andere kant zijn er in maart 2007 nog 178.106 niet-werkende werkzoekende (NWWZ), waarvan 100.231 in de categorie tussen 25 en 50 jaar en qua studie zijn de lagere studies met 95.993 NWWZ de grootste groep binnen de NWWZ .


Deze cijfers zorgen veelal voor een stigmatiserend beeld: er zijn toch jobs? Waarom raken ze niet ingevuld, terwijl er nog zoveel mensen werk zoeken? Ook in de politiek is er vaak een ondertoon te horen dat mensen niet genoeg inspanning leveren. En dat klopt misschien ook wel voor een stuk. Er zijn altijd mensen die liever lui dan moe zijn, maar er zijn veel meer mensen die willen werken, die deel willen uitmaken van de maatschappij en die niet gevraagd hebben om (langdurig) werkloos te zijn. Deze mensen doen het mogelijke wat in hun reikbaarheid ligt, want als liberalen moeten wij toch de individuele kwaliteiten van ieder mens erkennen en dus ook de beperkingen. Deze mensen lopen tegen een muur van bureaucratie aan, van afspraken die niet nagekomen worden (‘we bellen u terug hoor!’), ze worden vaak van het kastje naar de muur gezonden. Ieder mens heeft zijn breekpunt en als je keer op keer een ‘njet’ te horen of te lezen krijgt, daalt de motivatie om stappen te ondernemen.
En als dan vanuit de politiek en de overheid de regelgeving weer wordt aangepast, of weer die druk wordt opgelegd met als argument dat de vergrijzing binnenkort niet te betalen is, dan is het ook logisch dat vanuit de werklozen een stigmatiserend beeld komt tegenover politici.
Echter, op deze wijze schieten we niet veel op, de politici (lees: volksvertegenwoordigers) krijgen het niet voor elkaar om de werklozen te activeren. De stigmatisering neemt toe van beide kanten en we raken steeds meer in een negatieve spiraal. We moeten dit ombuigen, maar hoe?


Goed voorbeeld, doet goed volgen

 

Laat ik eerst en vooral zeggen dat we onder de regeringen Verhofstadt op de goede weg zijn, in maart 2007 is het aantal NWWZ gedaald met 16,2% in vergelijking met vorig jaar². Dus wat is het probleem? Het aantal werkzoekende daalt toch? Dat klopt en daar moeten we ook fier op zijn, dat moeten we uitbuiten en dat moet een stimulans zijn. Echter, het zijn ‘maar’ cijfers, een weergave van tabellen en grafieken. Waar het écht om gaat, is de perceptie van de hedendaagse realiteit, waar werklozen en politici mee kampen.


De ‘sfeer’ en het gevoel bij de publieke opinie is zeer belangrijk voor de activering van werklozen. Immers, als iedereen op de positieve kar zit, dan stimuleert dat anderen om ook op die kar te springen. Deze positieve kar wordt al jaren getrokken door Open Vld en zeker niet in de laatste plaats door Open Vld Volksvertegenwoordigers Hilde Vautmans en Annemie Turtelboom die het politieke debat terecht opengebroken hebben door de werkwijze van politici, vooral bij de commissies, aan te kaarten. Commissieleden die ‘aanwezig’ zijn, maar rustig de krant lezen, of op hun laptop bezig zijn, of sterker nog: commissieleden die gewoon niet komen. Dat is dus plat gezegd: je werk niet doen. De commissie is voor een volksvertegenwoordiger hét platform om de standpunten te verdedigen en te sleutelen aan wetsvoorstellen of decreten.


Dan heb je ook nog de parlementsleden die niet of nauwelijks interpelleren, of met voorstellen komen. Ofschoon ze zitten om te zitten, aan het eind van de legislatuur hebben ze dan ook niets kunnen betekenen. Ondertussen strijken zij wel hun geld op en verbazen zij zich er over dat de burger protesteert. Een goed voorbeeld is de staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, Els Van Weert, onbekend bij het grote publiek en heeft de publieke agenda nooit bepaald. Staatssecretaris van Administratieve Vereenvoudiging Vincent Van Quickenborne daarentegen heeft met zijn ‘Kafka’ Vlaanderen wakker geschud.

 

Dit is een voorbeeld waarbij het principe ‘loon naar werken’ niet meer dan billijk is en zeker bij de burger een stimulans is uit die werkloosheid te komen. In een democratie moet het zo zijn dat iedereen loon naar werken moet krijgen, met de politiek voorop.

 

Mentaliteit en ‘tools’ hand in hand naar de toekomst

 

Met deze paper heb ik getracht de andere zijde van werkloosheid en motivering te belichten. Uiteraard besef ik destemeer dat de ‘tools’, zoals een VDAB, zoals een RVA, nodig zijn om activering van werklozen te structureren. Echter is ook de rol van de politiek en de overheid essentieel om de werklozen te activeren, denk bijvoorbeeld maar eens aan een leerling op school. Een goede leerkracht kan een leerling motiveren zonder al te veel regels op te stellen. Hetzelfde geldt voor de werkvloer, voor de ene baas werk je net iets harder dan voor een andere baas. Het is de voorbeeldfunctie die bepaalde mensen hebben en die op een positieve manier aangewend dient te worden om vertrouwen, respect en intrinsieke motivatie op te wekken.

 

Politici hebben deze voorbeeldfunctie, zij zijn volksvertegenwoordigers, zij zijn gekozen door de burger en in die hoedanigheid dienen zij dan ook hun functie uit te oefenen, in het belang van de burger. Zij moeten het goede voorbeeld geven door actief de punten te verdedigen waarmee zij de campagnes ingegaan zijn en mee verkozen zijn. De burger bekijkt en beoordeelt de politiek en het vonnis valt tijdens iedere verkiezing.
De werkloze burger heeft nood aan een overheid en politici die dicht bij hen staan, die eens komen luisteren waar zij tegenaan lopen tijdens hun zoektocht naar een job. Zij hebben behoefte aan volksvertegenwoordigers die zich aan hun belofte houden en de punten waar zij voor de verkiezingen voor stonden, ook na de verkiezingen voor gaan. Dit vergt een mentaliteitsverandering bij zowel de politici als de burgers, maar uiteindelijk ben ik ervan overtuigd dat een goed voorbeeld goed zal doen volgen.


Het is nu aan de politiek om dichter bij de burger te komen en niet aan de burger om dichter bij de politiek te komen.

Arno Visser
28 maart 2007
Labo Vlaams Brabant – werkgroep ‘werkloosheid en activering’

“Politiek is een kwestie van visie”
GUY VERHOFSTADT