Pleidooi voor een open aanpak van jeugdwerkloosheid
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) vindt dat België ze op korte termijn de wachtuitkering moet afschaffen. Deze oproep is niet zo asociaal als op het eerste zicht lijkt. Het is een concreet voorstel om het risico op langdurige werkloosheid bij (ongeschoolde) jongeren te vermijden en past in een hele reeks van aanbevelingen om onze arbeidsmarkt te verbeteren. Denk bijvoorbeeld ook aan de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd of activeringsmaatregelen voor 50-plussers. Door de wachtuitkering af te schaffen, maak je een belangrijke werkloosheidsval ongedaan. Toch is daarmee de kous niet af. Er is tegelijkertijd actie nodig. Wij mogen van onze kant niet “wachten” om jongeren te begeleiden. We moeten ze vanaf de éérste dag activeren en toeleiden naar een job.
De wachtuitkering is - het woord zegt het zelf - een uitkering om te wachten. Dat wil zeggen dat men jongeren eerst negen maanden aan hun lot overlaat. Als ze er niet in slagen om werk te vinden, “krijgen” ze een uitkering, die varieert tussen 350 en 889 euro per maand. Dit systeem is quasi ongekend in andere OESO-landen. Wachtuitkeringen zijn werkloosheidsvallen waarmee je riskeert om jonge mensen (voorgoed?) te verliezen voor de arbeidsmarkt. Voor je het weet wordt het nietsdoen uitzichtloos en wordt het “wachten op Godot”. De kans is immers groot dat een jongere die na negen maanden vruchteloos zoeken een wachtuitkering krijgt toegestopt, niet méér maar minder gemotiveerd is om aan de slag te gaan. Zo worden negen maanden al gauw een jaar. En één jaar worden er twee. Wie twee jaar in de werkloosheid zit, is bijna gedoemd er niet meer uit te komen. De afschaffing van de wachtuitkering verkleint dit risico. Zonder uitkering is het van moeten en niet van willen of twijfelen. Wanneer de OESO pleit om de wachtuitkeringen af te schaffen, gaat ze dus uit van een sociaal motief: jongeren zelfredzaam maken.
Toch is de afschaffing van de wachtuitkering alleen géén wondermiddel. In een (kennis)maatschappij waar maar liefst 15% van de schoolverlaters niet over een diploma secundair onderwijs beschikt, hebben we de economische en morele plicht om jongeren niet los te laten. Vanaf de eerste dag dat ze de schoolbanken verlaten moeten ze actief worden aangespoord om werk te vinden. In geen geval mag kostbare tijd verloren gaan. Het jeugdactieplan jongerenwerkloosheid van de Vlaamse regering gaat uit van deze filosofie. In dertien steden en gemeenten worden jonge werklozen actief begeleid - zeg maar bijna gestalkt – in hun zoektocht naar een job. Dat gebeurt door intensieve contacten en door gebruik van de nieuwe media. De VDAB ziet je, belt je, smst je, mailt je en laat je niet los tot je een job hebt. Die nieuwe aanpak loont. In negen van die dertien steden is de jeugdwerkloosheid het afgelopen jaar sterker gedaald dan het gemiddelde. Het jeugdactieplan laat geen ruimte voor excuses om zich te verschuilen in procedures, trajecten of overbodige analyses. De opdracht is duidelijk: wat in de dertien centrumsteden kan, moet overal en voor alle schoolverlaters kunnen.
Meer dan twintig procent van onze jongeren boven de achttien jaar bevindt zich in de zogenaamde wachttijd. De kwetsbare groep jongeren die zonder diploma of ruggensteun terecht komt in een wachtuitkering, heeft een duidelijk signaal nodig. Nu wacht alleen “Godot”. Net zoals Estragon en Vladimir uit het beroemde toneelstuk van Samuel Beckett, wacht men gelaten op wat komen zal, terwijl dat wachten nergens toe leidt. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun leven. Ze hebben rechten en plichten – zowel tegenover zichzelf als ten opzichte van anderen – en moeten daar naar handelen. Het heeft geen zin om alleen achter externe oorzaken (“pech”, “tegenslag”, “conjunctuur” of “tijdsgeest”) te schuilen. Zeker niet als dat leidt tot afhankelijkheid. Voilà l'homme tout entier, s'en prenant à sa chaussure alors que c'est son pied le coupable.
Activering, zelfredzaamheid, verantwoordelijkheidszin, initiatief, samenwerken. Dat zijn sleutelbegrippen in een open aanpak van jongerenwerkloosheid. Er is niets mis met te stellen dat wachten alléén nergens toe leidt. Dat je als jongere na zorg en scholing rechten moet opbouwen in plaats van te leunen op het systeem. Dat je geen job krijgt, maar er één vindt. Dat een uitkering niet de regel is, maar de uitzondering. Op voorwaarde dat je die jongeren tegelijkertijd bij de kraag pakt en hélpt. Een echte sociale politiek stopt jongeren géén geld toe in een wachttijd-formule, maar laat ze ook niet aan hun lot over. Het is hoog tijd om alle schoolverlaters kordaat en met open vizier de kansen te geven die ze verdienen.
Gwendolyn Rutten
Labo Vlaams-Brabant
20 maart 2007 |